Botscintigrafie wordt veelvuldig gebruikt voor het opsporen van botmetastasen
en versheidene neoplasies. Dankzij haar grote gevoeligheid zal ze vaak het
eerste teken zijn van een maligne skeletinvasie. Anderzijds, kan zij gebruikt
worden om primaire bottumoren op te sporen. Doch, deze ontwikkelen zich vooral
bij kinderen of jonge volwassenen.
In het geval van metabole botaandoeningen, maken verschillende typische tekens de scintigrafie zeer karakteristiek (“super bone scan” beeld).
In het geval van een vasculair probleem, geeft een drie fase botscan met
inbegrip van een vasculaire dynamische fase, gevolgd door een plateaufase (pool)
en tenslotte met een statische fase een essentiële informatie betreffende
de vascularisatie van een pathologisch lid, de aanwezigheid van een inflammatie
of een eventuele algodystrofie, dewelke een veelvuldige verwikkeling is van
verschillende trauma.
Des te meer, de radiografie toont niet altijd duidelijk
de aanwezigheid van een fractuur aan, van een sporttrauma, of van een prothese
losmaking, de grote gevoeligheid van de botscan is eveneens nuttig in deze
omstandigheden.
Tenslotte, tracers, zoals Gallium, gemerkte leucocyten en humane immunoglobulines
zijn nuttig voor de diagnose van een inflammatie, een infectie en helpen bij
de differentiaaldiagnose van arthritis en inflammatoire arthropathie.
Sommige
tracers zoals Ytrium kunnen eveneens gebruikt worden voor de behandeling
van inflammatoire articulaire aandoeningen
Tijd tussen de inspuiting van de tracer en de botscintigrafie is +/- 3 uur. De opname in het bot is maximaal na 2 uur. Tijd tussen de inspuiting en de scintigrafie moet minstens 2 uur zijn.
Gezien het radiofarmacon uitgescheiden wordt door de nieren, verminderen we de stralingsbelasting van de blaas door de patient overvloedig te laten drinken. We laten de patient wateren voor het onderzoek teneinde het bekken goed zichtbaar te maken.
Alternatieve tracers :
Atlas
van functionele beeldvorming in de nukleaire geneeskunde.