CHU Brugmann UVC Foto UVCB
FRNLEN

>>Tomoscintigrafie van de hersenen

Tomoscintigrafie van de hersenen

Tomoscintigrafie van de hersenen (veel genoemd als SPECT : Single Photon Emission Tomography) wordt gebruikt om neurologische afwijkingen op te sporen.

Cerebrovasculaire aandoeningen: cerebrovasculaire accidenten  alsook ischemische transitoire accidenten geven in een vroegtijdig stadium (<24 uur na het accident) karakteristieke tomoscintigrafische beelden die een nauwkeurige evaluatie van de functionele beschadiging en een aangepaste therapie mogelijk maken.

Door de langere levensverwachting  zijn de neurodegeneratieve afwijkingen meer en meer frekwent. Zij kunnen een probleem stellen van differentiële diagnose, vooral in de geriatie. De cerebrale tomoscintigrafie helpt om verschillende neurodegeneratieve afwijkingen te differenciëren (vasculaire dementie, frontale dementie, Alzheimer, Lewy dementie).

Parkinsonziekte kan eveneens met SPECT opgespoord worden. Maar deze pathologie zal in een andere rubriek  nauwkeurig besproken worden aangezien het gebruik van een specifieke tracer voor de diagnose van deze aandoening.

Andere pathologiën geven ook karakteristieke tomoscintigrafische beelden. De neuropsychiatrische  pathologiën, met name deze verbonden aan  het gebruik van drugs of alcohol  geven duidelijke beelden die het mogelijk maken de hersenbeschadiging  te meten – potentieel partieel of geheel reversibel.

Diagnose van epilepsie kan  eveneens aangetoond worden door SPECT . Niettemin, Positron Emission tomography (PET scan) verdient de voorkeur  alsook voor het opsporen van hersentumoren. De ziekte van Parkinson en de neurodegeneratieve ziekten  kunnen eveneens opgespoord worden door PET scan. Maar deze kunnen niet in een zo grote hoeveelheid uitgevoerd worden  als deze in de traditionele nucleaire beeldvorming en dus is een voorafgaande selectie nodig.

Voorzorgen

  • Voor het onderzoek, geen drugs die het cerebraal  bloeddebiet beïnvloeden (caffeine, alcohol, psychoactieve drugs).
  • Indien toediening van sedativa voor het onderzoek (acquisitie van beelden), niet voor 5 minuten post injectie.
  • Het milieu niet wijzigen (geen externe stimuli: kalm blijven, comfortabel, ogen dicht, geen gesprek, ingangsweg voor de injectie om geen stress te veroorzaken).

Radiofarmaca

De twee meest frekwente hersentracers zijn  Tc99m-hexamethylpropyleenamine oxime (Tc99m-HMPAO) of  Tc99m-ethylcysteine dimeer (Tc99m-ECD of  Tc99m-Bicisate).
Karakteristieken van de hersenbloedflow worden beschreven in de beeldvormingsatlas.

Document in het PDF-formaat :

>>Atlas van functionele beeldvorming in de nukleaire geneeskunde.